Wondere Pluim


G.O.B. Sint-Lutgardis     Mechelsesteenweg 30     2640 Mortsel   tel. 03 449 91 49                  

Start Omhoog

 

  

Start
Wie zijn we?
Kleuterschool
Lagere school
Afspraken
Kalender
Activiteiten
Ouders
Contacten

 

 

Enkele maanden geleden namen we met gans de lagere school deel aan de wedstrijd: DE WONDERE PLUIM. 

Deze wedstrijd is een schrijfwedstrijd waarin scholen uit het Antwerpse kinderen de kans bieden om hun schrijftalent te tonen. Ouders worden mee ingeschakeld om de teksten te lezen en te beoordelen. Als eerste uitgangspunt willen we kinderen aanmoedigen in hun goesting om verhalen te schrijven en willen we ouders, medeleerlingen, leerkrachten, buurtbewoners,... laten kennismaken met wat aan hun fantasie en kunnen is ontstaan. 
Dat deze wedstrijd niet zomaar een kleinigheid is, bewijst dat ze als laureaat verkozen werden voor de diversiteitsprijs 2007!

Je kan 3 prijzen winnen: Een Wondere Pluim! Je tekst wordt gepubliceerd en verspreid op posters! Je tekst wordt samen met een 60-tal andere winnende teksten gepubliceerd in een boek. 

Onze klassen dus aan 't schrijven ... Het werd heel stil. Schrijven eist concentratie. Enkele foto's uit de

img_1136.jpg (29433 bytes)img_1137.jpg (31669 bytes)img_1138.jpg (50148 bytes)img_1141.jpg (26073 bytes)img_1139.jpg (48742 bytes)img_1143.jpg (25717 bytes)img_1145.jpg (25168 bytes)
img_1146.jpg (24236 bytes)img_1148.jpg (21118 bytes)img_1149.jpg (23387 bytes)img_1151.jpg (48653 bytes)img_1154.jpg (26476 bytes)img_1155.jpg (29586 bytes)

En er waren in onze school winnaars! Met drie zijn ze! We wensen hen een dikke proficiat! Hieronder staan hun tekstjes. We hopen dat je er veel plezier aan beleeft! Hun teksten staan in het boekje "De Wondere Pluim 2007". Misschien doen ze je ook goesting krijgen om te schrijven. Doe gerust en train jezelf want  volgend jaar doen we terug mee!

MIJN ZUS HEEFT KANKER

Kimberley Smeekens, 6D

Ik ben Tim en ben 14 jaar.

Ik heb ook een zus.

Ze heet Jasmine, ze is 15 jaar.

 

Een paar dagen geleden werd mijn zus ernstig ziek.  Ze had hoge koorts en haaruitval. Dus gingen we naar de dokter.  Hij zei dat Jasmine kanker heeft.

 

Die nacht kon ik niet slapen.

Mijn zus die kanker heeft.

 

Ik hoorde iemand huilen, het was Jasmine.

Ik ging naar haar toe en ze zei dat ze bijna geen lucht had.  Mama werd wakker en ging naar de kamer van Jasmine.  Ze maakte papa wakker en zei dat we snel naar het ziekenhuis moesten.

De dokter heeft gezegd dat ze beter in het ziekenhuis moet blijven, omdat ze zo ziek is.

 

“Maar wat gaat er nu met Jasmine gebeuren?”, vroeg Tim.

“Het komt wel goed met haar”, zei mama.

“Ik ga even naar haar toe”, zei Tim.

Ik klopte op de deur, maar ik hoorde geen geluid.

Ik ging binnen en ze sliep.

Na een tijdje werd ze wakker.

“Hoi”, zei Tim,”hoe is het nu met je?”

“Niet zo goed, ik voel me heel slecht, ik wil niet doodgaan”, zei Jasmine.

“Je gaat niet dood, geloof me maar”, zei Tim, “ik ben er 100 procent zeker van dat je gaat genezen en dan kunnen we weer samen gaan zwemmen.”

Jasmine deed haar ogen terug toe en sliep heel rustig.

 

’s Morgens werd ik wakker en hoorde mama huilen.

“Mama, wat is er”, zei Tim, “is er iets met Jasmine?”

“Ja, ze is nog zieker geworden”, zei mama, “we gaan er nu naar toe.”

“Denk jij dat ze doodgaat, mama?”

“Nee, daar ben ik zeker van.  We moeten hopen.  Kom, we gaan naar het ziekenhuis.”

 

Ik ging de kamer binnen van Jasmine.  Ze sliep.

Ik hoorde ineens een geluid dat “tuut” zei.  Het was de monitor.  Een monitor is een machine, waaraan je kan zien of je hartslag goed is, maar als het “tuut” zegt, krijgt de patiënt geen lucht of klopt het hart niet meer.

Ik riep: “Mama!” en zei dat de monitor “tuut” zei.

De dokters en verpleegsters hoorden het getuut en gingen heel snel naar de kamer van Jasmine.

“Ze ademt niet”, zei de dokter,”begin met de hartmassage. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15… nog geen reactie.  Ik begin weer met de hartmassage.”

Mama, papa en ik wachtten voor de spiegel en zagen dat ze bezig waren om Jasmine te redden.

 

De dokter zei: “Het spijt me, mevrouw, het is te laat.  Jasmine is dood.”

“Maar mama, ik heb gehoopt en haar beloofd dat ze het ging doorstaan!”

 

Maar ik heb beloofd dat ik andere mensen met kanker ging helpen.

 

30 jaar later.

 

Tim heeft heel veel mensen met kanker geholpen en hij blijft maar hopen dat mensen met kanker het zullen overleven.

 

MIJN TANTE HEEFT EEN SNOR

Isjon Belul, 5A

Op een dag ging mijn tante naar de apotheek om pilletjes te halen voor haar hoofdpijn.

Ze kocht per ongeluk pilletjes om snor te krijgen.

 

’s Avonds nam ze drie pilletjes na elkaar.

De volgende dag werd ze wakker en keek in de spiegel: ze was vol met snor.

Ze ging onmiddellijk terug naar de apotheek en vroeg aan de verkoopster: “Waarom heb ik ineens een snor gekregen?”

De verkoopster zei: “Omdat je pilletjes hebt genomen om snor te krijgen.”

Tante zei: “Mag ik dan andere pilletjes om de snor mee weg te krijgen?”

De verkoopster zei: “Ja, maar ze zijn op.”

Tante zei: “Ik kan toch niet tot volgende week wachten, want alle mensen zullen denken dat ik half-man en half-vrouw ben.”

De verkoopster zei: “Blijf dan maar thuis.  Maandag zullen de pilletjes klaarliggen.”

 

’s Maandags ging tante weer naar de apotheker en ze nam de pilletjes.

Een paar dagen later werd ze terug goed, zoals altijd.

 

DE MUISJES IN DE KAST VAN DE KELDER

Vjosa Balaj, 2K

De kast in de kelder is heel oud, daar woont de familie muisjes.

Elk jaar komt er een muisje bij in de familie.

Ze wonen in een kelder, hun huis is een oude kast.

 

Er kwam weer een muisje bij.

Ze moesten verhuizen, want de kast was te klein.

 

Vader muis ging naar buiten om een huis te zoeken.  

Hij zag een kast aan de overkant.  

Hij was blij en ging terug naar zijn gezin.

 

Het gezin stond klaar ingepakt.  Ze gingen naar hun nieuw huis.

Vader muis zei: “Pas op voor de auto’s!”

De weg was vrij en ze staken over.

Behalve Jan, de kleinste muis: hij zag een mens.

Jan vroeg: “Is hier een bos?”

De man zei: “Ja, nog even en dan zie je een bos.”

“Bedankt, meneer.”

 

“Mam, pap, ik weet waar een bos is!”.

Ze lopen verder tot aan het bos.

Ze zien een klein huis.

Daar woonde niemand.

Dus gingen ze daar wonen.

 

 

Stad-Mortsel

Beleidsbrief

Scholengemeenschap

CLB-net

Bibliotheek         

Kinderopvang

Luizenprobleem

Sport Mortsel

Brooddozen

Webhost

Clicksafe

Studietoelage